Uit het nieuws archief

Nieuwsitem 30 van 56
⇑ Zomerreis naar Goes en het Waters... ⇑
Nieuws overzicht
⇓ Bezoek Schrobbelèr (1) ⇓
(geplaatst op woensdag 19 juni 2019)

Bezoek aan de distilleerderij Schrobbelèr.


foto1 foto2 foto3 foto4
Bij de ingang van de Schobbelèr worden we gastvrij ontvangen door Johan. En boven in het café verwelkomt Sofie ons met koffie, gebak en een warm glaasje Schrobbelèr met een dot slagroom. We laten het ons goed smaken.

Schrobbelèr is een van Tilburgse origine. Jan Wassing had nogal last van zijn maag. Op eigen initiatief mengde hij in zijn huisbar "Bij den schrobbelaar" bestaande dranken, aangevuld met homeopathische middelen, tot hij iets vond dat zijn maag kon verdragen. En het was nog lekker ook. De Tilburgse vriend van Jan Wassing, de likeurstoker/slijter Isidorus Jonkers (1931-2016), maakte op verzoek van Jan een analyse van de onderliggende kruidenreceptuur, waarna het drankje door beiden in productie werd genomen. Zo ontstond de kruidenlikeur zoals wij die nu kennen. Glimlach, Warmte en Vriendschap waren de belangrijkste waarden voor Jan. Hij stierf op 51 jarige leeftijd in 1981. Zijn zoon Pieter-Jan Wassink heeft in 2010 de distilleerderij overgenomen.

De toog van Jan Wassingen en de kasten zijn bewaard gebleven en staan in het café.

De basis van de Schrobbelèr is alcohol, suiker, van de suikerbiet, en Brabants water maar voor de smaak zitten er 43 soorten kruiden in waarvan het recept natuurlijk geheim is, maar we weten zeker dat er kaneel, tijm, kamille en lavendel in zit. Het heeft met 21,5% een wat lager alcoholpercentage dan de meeste kruidenbitters en is daardoor relatief zoet. Het drankje wordt verkocht in een stenen kruik en wordt koel gedronken uit een kelkglaasje dat net iets groter is dan een Jägermeisterglas.

De naam van het kruidenbitter is ontleend aan een beroep uit de Tilburgse wolindustrie, de zogenaamde schrobbelaar. De schrobbelaar voerde de pas geverfde wol in de schrobbemolen die met borstels de vezels schoon schrobde en enigszins recht trok, een proces dat lijkt op het kaarden van wol dat vóór het verven gebeurt.

Tijdens de rondleiding maakten we kennis met de kruidenkamer, het bottelen, de stenen kruiken met het etiket dat in de tijd enkele malen aan de tijd aangepast is. Maar belangrijker is dat we de sfeer van de Schrobbelèr hebben geproefd.

We drinken nog een koude borrel en eentje met ijs en een beetje limoensap en zingen daarna gezellig, begeleid door Johan op de accordeon, een aantal Nederlandse liedjes. Het was een sfeervolle leuke middag zoals Jan Wassing dat graag wilde.

Theo Dobbelsteen